.
News Image

Jan Verheyen checkt de bezoekcijfers

De regisseur van Het Vonnis wil zitvlakken op een stoel

De regisseur van Het Vonnis wil zitvlakken op een stoel

Jan Verheyen zette met Het Vonnis een ongelofelijk goede film op zijn CV. De avond van de avant-première spraken we graag met de regisseur van dienst. Proficiat met de film, Jan. Mensen blijven jou hier feliciteren trouwens. Jan: ‘Dat hoort zo ook, verdorie, het zou er nog aan ontbreken! Het is hier een première, ze moeten mij feliciteren! (lacht) Nee, dit is een vreemde avond, hoor. Het is enerzijds genieten, maar we zijn al heel lang aan het previewen. Het is een soort orgelpunt. Anderzijds is het ook loslaten, vanaf nu… Ik vind het fijn dat ik morgen gewoon weer op de set van Vermist sta, dat ik mij op iets anders kan concentreren. Je moet dat gewoon loslaten: vanaf nu is de film niet meer van mij, maar van het publiek. Zo hoort het.’ Je gaat toch wel stiekem de reviews lezen? Jan: ‘Nee, dat doe ik al lang niet meer. Wat ik wel ga doen, is maandagmiddag de distributeur bellen om de bezoekcijfers te vragen. Ja, dat volg ik wel want ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik films maak omdat ik het ongelofelijk graag doe, het is het mooiste vak van de wereld, maar ik maak ook films om ze aan de mensen te tonen. De ultieme waardering voor een film zijn zitvlakken op stoelen (lacht). Dat is nu het vonnis dat over Het Vonnis zal geveld worden. Het is het laatste wat nog echt spannend is.’ Het was muisstil tijdens de film, en dat in een bomvolle zaal en gedurende 2 uur… Heel straf! Jan: ‘Ik ben blij dat je dat zegt, want dat is inderdaad niet evident. Terwijl ik nochtans vind dat het altijd muisstil zou moeten zijn tijdens een film, maar goed, we weten dat de mensen graag een hapje eten ondertussen. Het is zo dat we in het begin van de film er nogal inhakken, dus we hebben de kijker van in het begin mee. We hebben genoeg previews gedaan om te weten dat dat wel ging lukken. Ik had al een vrij goed idee hoe de film speelt voor een publiek en dat is deze avond wel bevestigd.’ (Kim Wauters)