.
Jelle Cleymans
dinsdag 6 augustus 2013

Jelle Cleymans houdt van smartlappen

Een gesprek met een gedreven man

Een gesprek met een gedreven man

Nu vrijdag staat Jelle Cleymans met zijn zomersingle ‘Zonnige dagen’ op het podium van Vlaanderen Muziekland. Toch wil ik het met de sympathieke zanger nog even hebben over zijn vorig fantastisch nummer ‘Welk oog en hoeveel tranen’. Jelle: ‘Het nummer is al uit sinds eind december, maar het blijft veel gedraaid worden. Dat vind ik echt heel fijn. Het is ook een atypisch nummer, een soort nummer dat heel lang niet meer gemaakt is en ik ben blij dat ik het dus terug heb gedaan.’ Is dat helemaal jouw ding, dat soort nummers? Jelle: ‘Wel, ik hou heel erg van smartlappen. Ik vind dat die in een verkeerd hoekje worden geduwd. Een schlager en een smartlap is niet altijd hetzelfde. Een smartlap is wat meer richting levenslied. En een smartlap is altijd wat meer negatief, het beschrijft hoe slecht het allemaal gaat. Daar wou ik de draak een beetje mee steken, al bedoel ik het zo niet, hoor. Iemand die dreigt van je te verlaten, gewoon vragen ‘welk oog hoeveel tranen’, hoeveel wil je dat ik lijd, maar eigenlijk doet het mij niks. En helemaal op ’t einde van ’t nummer kantelt het natuurlijk, dan heeft hij spijt en mist hij haar. De dingen des levens…’ Je schrijft al je nummers zelf… waar haal je de inspiratie? Jelle: ‘Voornamelijk bij mezelf. Dit nummer nu niet want het is heel universeel thema: iedereen weet wat het is om te verlaten of verlaten te worden. Dus soms zijn onderwerpen zo universeel dat je je er wel iets kan bij voorstellen. Maar meestal liggen mijn teksten heel dicht bij mezelf. Het gaat over mij, of mijn omgeving, waar ik woon, mensen waar ik iets mee te maken heb.’ Zou je ook nummers kunnen zingen die iemand anders voor je schrijft? Jelle: ‘Die kans is heel klein... Ik heb dat vroeger bij Spring gedaan, die nummers waren niet van mij, met uitzondering van eentje. En toen Spring klaar was, wilde ik echt mijn eigen ding gaan doen. Als iemand nu werkelijk een ongelofelijk nummer schrijft, zal ik daar wel eens over nadenken maar dat is niet eigenlijk niet de bedoeling. Ik zou liever in de toekomst voor andere mensen gaan schrijven. Dat is een plan maar meer een toekomstplan. Ik ben geen veelschrijver. Ik schrijf heel weinig maar als ik schrijf, probeer ik het goed te doen. Ik heb bijvoorbeeld niks moeten wegsmijten bij mijn vorige plaat, ik heb alles er integraal kunnen opzetten. Ik probeer gewoon altijd alles goed af te werken. Je kan ook veel schrijven, maar dan gaat het meestal heel snel en dan is het dikwijls niet goed.’ Waar kunnen we jou nog aan het werk zien? Jelle: ‘Naar het volgende theaterseizoen toe hernemen we het liedjesprogramma van ‘welk oog en hoeveel tranen’. Volgend jaar ga ik in ’14-18’ meespelen, de grote Studio 100-musical over de Eerste Wereldoorlog. Ik treed ook heel veel op met Jonas Van Geel, dat is leuk. Mensen die mij nog kennen van mijn Spring-periode moeten echt eens naar mij komen kijken… Ik zorg dikwijls voor een positief schokeffect. Mensen hadden het niet verwacht van mij en ze komen ook terug. Het is ook heel hard werken om aan de wereld te tonen waar ik mee bezig ben, maar het gaat steeds makkelijker. Mensen die mijn muziek nog niet kennen, moeten het zeker eens een kans geven.’ Jelle Cleymans, nu vrijdag te zien op Vlaanderen Muziekland. (Kim Wauters)