Kobe Ilsen openhartig over zijn grootste trauma
Wie zondagochtend tussen 10 en 12 uur naar Joe luisterde, kon in het programma van Kris Wauters de lievelingsmuziek van Kobe Ilsen beluisteren. Kobe, die begin jaren 80 geboren werd, heeft een brede muzikale smaak. En bij heel wat liedjes hoort ook een verhaal, al is niet elk verhaal even fraai.
“Ik herkende mij meteen in het nummer A Boy Named Sue van Johnny Cash”, begon Kobe zijn verhaal aan Kris. “Het gaat over een jongen die door zijn vader Sue genoemd is. Een meisjesnaam. De zoon vertelt dat je klop krijgt in het leven en dat het een schande is dat zijn vader hem zo heeft genoemd. Maar aan het einde van het nummer, en dat vind ik een prachtige twist, bedankt de zoon zijn vader en zegt dat hij daardoor heeft leren vechten in het leven en iemand is geworden. Ik heb zelf ook een vaderissue, een afwezige vader in mijn jeugd. Ik ben altijd heel kwaad op hem geweest. Ik vond hem een lafaard. Maar stilaan, en ook door dat nummer, besef ik dat het ergens misschien ook wel een cadeau was, want je leert alleen zijn, je leert knokken en je leert dat het niet altijd gemakkelijk is. Dus ik herken veel van mezelf in het nummer. Het gaat recht naar misschien wel mijn grootste trauma en daarom vind ik de tekst zo ongelofelijk.”
“Heb jij ruzie gemaakt met Koen in Clouseau?, vroeg Kobe aan Kris. “Neen. Nooit”, zei Kris. “We hebben wel ruzie gemaakt als tieners, als twee broers van zes kinderen. Dus toen hebben we onze portie puberruzies natuurlijk gehad. In Clouseau hebben we eigenlijk nooit ruzie gemaakt. En ik zal je zeggen hoe dat komt, Kobe. We zijn heel compatibel. Koen doet dingen waarvan ik denk: wauw! Hoe kan die dat? Dat is fantastisch. Die zingt, staat vooraan en steekt het publiek in zijn zak. Ik doe ook dingen waarvan hij denkt: wauw! Hoe kan die dat? Die schrijft zo’n toffe nummers. Wij ambiëren niet elkaars positie.” Kobe wilde nog weten of Koen er echt geen probleem mee heeft dat Kris soms een nummer zingt tijdens een concert: “Totaal niet. Integendeel. Koen is dan blij dat hij even kan gaan rusten”, lachte Kris. “En Koen heeft ook al regelmatig teksten geschreven. Heel af en toe schrijft hij ook de muziek, zoals bij Passie.”
“Ik zou graag goed kunnen zingen, maar het is werkelijk een drama. Als ik nu zou beginnen zingen, zou Joe geen luisteraars meer hebben,” vertelde Kobe al lachend aan Kris. “Maar ik vroeg mij af: kan ik, geen natuurlijk talent hebbende om te zingen, dat technisch zo aanleren dat het toch oké klinkt? Want Thomas Vanderveken heeft op een jaar tijd iets van Grieg op de piano leren spelen. Hanne is bezig met ballet. Ik was aan het denken: zou ik op een jaar tijd een popconcert correct en met emotie kunnen zingen?, vroeg Kobe zich af. “Ik vrees ervoor”, ging Kris verder. “Het heeft te maken met muzikaal gehoor. Je kan er misschien een beetje in verbeteren, maar ik vrees dat het verder niet veel te verhelpen valt. Maar laat het ons eens proberen. Zing eens iets.” Kobe nam de proef op de som, maar al snel nam Kris het terug over: “Ik vrees… Sommige mensen is het gegeven, anderen weer niet.”


