Miguel Wiels: “Uit angst voor een wit busje bleef ik kijken”
Het zou fijn zijn mochten we wat vaker onze dromen kunnen onthouden. Miguel Wiels onthoudt zijn dromen bijna nooit. Al is er één specifieke droom die Miguel wel altijd is bijgebleven.
“Hij ging over mijn zoon Wolf. Ik droomde dat we samen op wandel waren - hij was maar drie of vier jaar - en dat hij in een open rioolgat viel, terwijl zijn hand uit de mijne gleed. En dat ik hem naar beneden zag glijden in een bodemloze put, en niks meer kon doen. Badend in het zweet, roepend, ben ik wakker geworden”, zegt hij in Het Laatste Nieuws.
Miguel mag het niet gedroomd hebben dat hij ooit zijn kinderen zou kwijtraken. Het is zijn grootste angst.
“Toen Lola en Wolf jonger waren, reden ze met de fiets naar school. Die lag op vijfhonderd meter van waar we wonen, maar elke ochtend keek ik ze na. Net zolang tot ze het zebrapad over waren en de schoolpoort binnen waren gereden, uit angst dat een witte camionette hen onderweg mee zou nemen.”

