Toni Coppers: “Ik zou nooit meer uit die rolstoel geraken”
Toni Coppers heeft al serieus wat gesukkeld met zijn gezondheid. Als kind belandde hij in quarantaine in het ziekenhuis en vlak voor hij psychologie ging studeren, kreeg hij een zwaar motorongeval.
“Weer lag ik een halfjaar in het ziekenhuis, mijn linkerdijbeen was in gruzelementen. Ik belandde in een rolstoel waar ik, zei men, nooit meer uit zou raken. In plaats van als student het bruisende Leuven te ontdekken was ik een zeer gedesillusioneerde 18-jarige die immobiel in de ouderlijke woonkamer zat. Lerares Erna kwam elke dag op bezoek”, blikt hij terug in Dag Allemaal.
Hoe minder hij bewoog, hoe liever de dokters het hadden. Maar dat was buiten Erna gerekend. Zij begon te oefenen me Toni.
“Ze legde tijdschriften op mijn been die ik moest optillen en na een tijdje lukte dat. Vervolgens bracht ze van thuis zware boeken mee van Conrad en Kundera. 'Je mag ze lezen, maar eerst ga je ze optillen', gebood ze. Moeilijk, maar het ging. 'En nu gaan we rechtstaan.' Dat was het laatste wat ik van mijn artsen mocht doen. Ik was doodsbenauwd maar volgde mijn engel Erna. Zes maanden later stelde de dokter vast dat mijn been calcium begon aan te maken en mijn spieren weer reageerden.'”

